'HET MOOISTE MOMENT WAS ALS ZO'N JONGEN MET EEN BOSJE BLOEMEN VOOR JE STOND..'
COR STRUIK
In augustus 1979 kwam hij bij 'De Ravenhorst' binnen als de 'sterke man' die orde op zaken moest stellen: drs.C.L.A. (Cor) Struik. Hij kwam van de School Begeleidings Dienst Midden- Twente (SBD) te Hengelo. Hij bleef 6 1/2 jaar bij BJ en vertrok toen naar het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs Twente (CAD) te Almelo.
De vraag 'waarom?' beantwoordt hij met: 'Ik ben in wezen een mobiel mens en streefde er dan ook vroeger naar om de vijf jaar van baan te veranderen. Maar ik kan rustig zeggen dat ik het nog steeds jammer vind dat ik niet meer bij 'De Ravenhorst' -nu BJ- Twente -aanwezig ben. Ik mis nog altijd het hectische werken met de kinderen, het gedram, het 'ge-eikel', maar voor al ook het plezier dat ik eraan beleefde. In mijn baan bij het CAD, waar ik ook met veel voldoening werk, ben ik veel meer met beleid en organisatie bezig. Maar helaas., een mens kan maar één ding tegelijk goed doen.'
Wat trof u aan toen u in 1979 bij De Ravenhorst' arriveerde?
Struik: 'Onder meer veel langdurige zieken in de hulpverlening, veel wantrouwen en -naar later bleek -veel verdriet.
Verder trof ik in het functioneren van de leefgroepen een situatie aan waarmee ik het volstrekt oneens was. Men hanteerde de zogenaamde 'unitgedachte', die uitging van volledige onderlinge uitwisselbaarheid tussen de teamleden: drie groepsleiders, een onderwijzer en een halve maatschappelijk werker. Alhoewel ik absoluut niet iemand ben die een rigide functiescheiding prefereert, meen ik toch dat iedereen verantwoordelijk is voor en ook aangesproken moet kunnen worden op zijn eigen kennis en ervaring. Onderlinge uitwisselbaarheid is prachtig, maar alleen als de nood aan de man komt.
De 'unitgedachte', die mijns inziens diffuus en onwerkbaar was, stond nergens beschreven. Ik heb me niet in de historie verdiept om er achter te komen hoe, waar en wanneer het mis ging. De waarheid ligt toch altijd ergens in het grijze midden.
Het toeval wilde dat ik na ± drie maanden spit kreeg en twee weken plat moest. Ik zat namelijk op boksles en had de vervelende, maar consequente gewoonte om te laat te komen. Zodoende miste ik de warming up en dat moest ik bezuren.
In die veertien dagen gedwongen rust had ik volop tijd om na te denken en toen ik weer op 'De Ravenhorst terugkwam, had ik een kant-en-klare werkformule voor de gehele werkorganisatie; Ze mochten er wel vragen over stellen, maar de uitgangspunten stonden niet ter discussie. Zo wilde ik het hebben.'
Overval
'Achteraf denk ik nog wel eens: het was een soort 'overval'. Maar ik moest iets doen. Er waren problemen die voor ieders bestwil zo snel mogelijk uit de wereld geholpen moesten worden.'
Waar kwam die nieuwe formule op neer?
Struik: 'In wezen op het creëren van een lijnverantwoordelijkheid, zowel in verticale als in horizontale zin. De groepsleiding ging functioneren onder leiding van een coördinator en als zodanig had het team een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Voor de vier teams -Rood, Geel, Groen en Blauw -werden twee coördinatoren aangesteld: Hans Perik en Peter Tol. De individuele leden van de groepsleiding bleven daarbij ieder apart verantwoordelijk voor hun eigen werk. Uitwisselbaarheid werd slechts in hoge nood toegepast.
De nieuwe werkwijze heeft voortreffelijk gewerkt. Er kwam duidelijkheid. Je wist weer wie je aan kon spreken.
Verder stelde ik een structureel ochtendoverleg in, met de beide coördinatoren, het hoofd huishouding en de algemeen -comptabele -administrateur. Dit met de bedoeling elkaar volledig op de hoogte te stellen van de dagelijkse gang van zaken op ieders terrein. Teveel dingen gaan in de praktijk mis wanneer de cruciale personen in een organisatie niet van elkaar weten wat er speelt. Ook die constructie heeft goed gewerkt.'
Niet alleen praten
Welke ontwikkelingen zijn er in 'uw periode' te melden op het terrein van de hulpverlening?
'Binnen het zojuist geschetste organisatorische kader kwamen ontwikkelingen op gang waarbij ik als pedagogische leidraad voor mezelf had: een goed contact met de kinderen, maar het moest niet bij praten alleen blijven. Er moesten ook dingen gedaan worden.
Zo heb ik er bijvoorbeeld naar gestreefd het cultureel werk en de vrije tijdsbesteding een belangrijke plaats binnen de totale opvang op 'De Ravenhorst' te geven.
Verder kwamen in deze periode de eerste meisjes op 'De Ravenhorst'. Ook zagen we het belang in van contacten met de buitenwereld en organiseerden open dagen waarbij we de ouders, de 'naobers' en de lokale middenstand betrokken. Die dagen waren een enorm succes.' Aan de 'naobers' -Ter Beek, Ter Linde en Elferink- heb ik heel goede herinneringen. In de vakanties was ik vaak 'kampwacht'. De Elferinks, Hennik en Annie, kwamen dan dikwijls buurten, een borreltje drinken en de boer en ik legden dan een biljart je.'
Hoe ziet u, vanuit uw ervaring, aan tegen het BJ-Twente anno 1991? Recent verhuisd naar 'de grote stad: Een organisatie die opereert vanuit een gedifferentieerd en educatie- gericht hulpaanbod.
Cor Struik: 'In mijn tijd was ik geen voorstander van de re-allocatie gedachte. Die kwam toen ook al wel eens ter sprake. Op een gegeven moment zijn over nieuwbouw in Enschede beleidsmatige gesprekken met het hoofdkantoor in Lochem gevoerd. Verder zijn er destijds besprekingen geweest over samenwerking, eventueel fusie met BJ-internaat 'Ampsen" te Lochem. De naam hadden we al. 'Stamplo': Stichting Ampsen-Losser. Als tweede fase had ik een nauwe samenwerking met Antonio Radboud in Denekamp in gedachten, waarbij Antonio Radboud gedecentraliseerd in Enschede verder zou kunnen gaan.'
Betrokkenheid
'Zoals gezegd was ik geen voorstander van vestiging in de grote stad. Juist de geografische nabijheid, die een grote betrokkenheid bij elkaar waarborgde, was voor mij zeer waardevol. Uitgangspunt bij BJ was altijd: wij zijn alleen maar preventief bezig, om erger te voorkomen. Dat 'bij elkaar horen' was een zeer wezenlijk element van die preventiegedachte. De jongeren vormden in Losser een onderdeel van een hechte, bestaande eenheid. Die eenheid is hier in Enschede ook nog wel, maar het is een kleinschaliger eenheid, namelijk alleen die van de leefgroep.
Maar ik denk dat je geen appels en peren met elkaar kunt vergelijken. Er zit thans een andere groep jongeren op het internaat dan destijds. Vroeger kwamen de kinderen vooral uit de Randstad, thans richt het centrum zich met name op een regionale doelgroep.
Ik zou er nu alle vrede mee hebben om directeur te zijn van een centrum in de stad. Overigens heb ik als voorzitter van 'Columbus', waarmee BJ- Twente een samenwerkingsverband heeft aangegaan, nog altijd veel contact met het centrum.
Over de educatiegerichte hulpverlening van BJ wil ik nog het volgende opmerken.
Ook wij pasten in de zeventiger jaren al de doelstelling toe de kinderen zo veel mogelijk terug te laten keren naar de reguliere situatie -gezin, school -en, als het even kon, toeleiding naar werk. Het oriënteren op werk in die tijd is een van de grote verdiensten van Hans Perik geweest. Parallel daaraan liepen de ontwikkelingen van het vak Algemeen Praktische Vorming, afgekort met APV.
Daarbij moet men echter wel bedenken dat wij met een veel jeugdiger categorie jongeren te maken hadden dan BJ-Twente thans. Toeleiding naar werk komt natuurlijk vooral ter sprake bij wat 'oudere' jongeren. Die basis van toen is nu uitgewerkt in een concrete educatievisie, die gestalte heeft gekregen in het fraaie Educatief Centrum van BJ-Twente.'
Filosofisch
'Ik denk dat en educatiegerichte hulpverlening een goede zaak is en dat BJ daarmee op de goede weg is. Misschien klinkt het wat filosofisch als ik zeg dat het er eigenlijk niet eens zo veel toe doet of de keuze die men maakt inhoudelijk juist is.
Ik geloof namelijk niet dat er maar één antwoord voor een bepaalde problematiek is. Veel belangrijker is dat er een keus gemaakt wordt en dat die consequent wordt doorgevoerd.
Kijkt u terug op een geslaagde' periode als directeur?
'Ik heb wel eens zitten 'mijmeren' over de functie van een directeur. Voor iedere directeur geldt dat hij veel invloed heeft op de lange termijn en slechts beperkt op de korte termijn. Ik geloof niet in 'revólutie'. Dingen die in een snel tempo veranderen, hebben de neiging ook weer tot op zekere hoogte terug te keren naar de oorspronkelijke staat.
Als antwoord op de vraag: het ging niet om mij. Ik ben niet gemakkelijk over het hoofd te zien, dat is een feit, maar ik was in dat hulpverleningsproces niet belangrijk. Het ging om de jongeren. Als persoon moet je investeren als je in dit werk met kinderen bezig bent. Je hebt de moeilijke, maar geweldige taak hen te laten merken dat je geloof in hen hebt. Ook al baal je nog zo erg van de manier waarop ze zich soms gedragen.
Dat geloof moet je overbrengen zowel op het kind als op de medewerkers. Pas dan kan je resultaten verwachten.
Het mooiste moment was dan ook als zo'n jongen, meestal met z'n moeder, met een bosje bloemen voor je stond, om even te melden dat hij geslaagd was voor zijn LTS-examen. Dat was het bewijs dat hij zichzelf 'overwonnen' had en wij onze taak goed hadden gedaan.'




