'IK MOEST EERST VAN HOFMAN HOREN DAT IK HET KON ...'
BERT BOERRIGTER
'Zie je tussen de bomen door dat gebouwtje, daar bovenop de heuvel? Dat is de school. Ga er maar snel naar toe. Over vijf minuten zijn de kinderen er.'
Zo werd Bert Boerrigter uit Oldenzaal ruim 21 jaar geleden, in januari 1970, begroet toen hij 's morgens om half negen als jonge onderwijzer zijn entree maakte bij 'De Ravenhorst' in Losser. Daar stond hij. Geen inwerkperiode, niets. Gewoon, bang, aan de slag. Ben Boerrigter kwam kersvers uit militaire dienst, waar hij als verpleger had gewerkt. In zijn dienstijd was zijn aandacht getrokken door een advertentie van 'De Ravenhorst', waarin een onderwijzer werd gevraagd. Hij had gesolliciteerd en was door directeur Johannes Hofman aangenomen. Een meevaller was daarbij dat hij eerder uit dienst mocht dan normaal, omdat hij een baan in het bijzonder onderwijs aanvaardde.
Bert Boerrigter wist wel een en ander van het speciaal onderwijs af omdat hij in zijn stageperiode, tijdens zijn opleiding voor onderwijzer, daar een tijdlang mee te maken had gekregen. Desalniettemin waren de eerste maanden op 'De Ravenhorst' een koude douche.
In het moderne, goedgeoutilleerde Educatief Centrum van BJ- Twente in Enschede, dat op 11 februari 1991 (officieus) in gebruik werd genomen, vertelt hij: 'Ik was eigenlijk de eerste 'gewone' onderwijzer op de 'Ravenhorst', in die zin dat ik geen dienstweigeraar was. Al m'n collega's en voorgangers waren dat wel. Ik was tevens de eerste onderwijzer die extern mocht blijven wonen.'
Buikpijn
Bert Boerrigrer kreeg een speel-leerklasje toegewezen, waarin de jongste groep kinderen was ondergebracht, de 6-, 7- en 8-jarigen. 'In het begin vond ik het vreselijk moeilijk om hen onderwijs te geven. De klas was rommelig. De jongens luisterden slecht en ik kon absoluut geen orde houden. Ik ging er iedere dag met buikpijn naar toe. M'n collega's hadden gezegd dat er eerst 'een puinhoop van moest komen, voor ik m'n draai gevonden zou hebben'. Met die gedachte ging ik er iedere dag heen: vandaag zou het een puinhoop worden.
Na twee maanden was ik geheel in paniek. Ik riep een enorme spanning in mijzelf op, ik kwam er niet meer uit. Toen ben ik naar Hofman gestapt met de mededeling: 'Ik kan het niet'.
Hofman stelde me gerust. Hij zei ervan overtuigd te zijn dat ik wel degelijk geschikt was voor dit werk en adviseerde me geen overhaaste beslissingen te nemen, maar er nog eens rustig in het weekeinde over na te denken. Het feit dat hij op een dergelijke manier zijn vertrouwen in mij uitsprak, heeft me er bovenop geholpen.
Ik moest eerst van een ander horen dat ik het kon en toen was het goed. Stel je voor, zo onzeker was ik geworden door die 'puinhooptheorieën van m'n collega's. Ik heb in die tijd heel veel steun van Hofman gehad en daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor.'
Brand
Met het houten schoolgebouwtje op de heuvel, dat Bert Boerrigrer zich nog zo goed herinnert vanwege zijn eerste schooldag bij 'De Ravenhorst', liep het overigens fataal af. In- als ik me goed herinner -1974, op de laatste dag voor de Kerstvakantie, brandde het tot de grond toe af.
'M'n vriend nam thuis het telefoontje aan dat de boel in lichterlaaie stond. Ik was nog onderweg. Hij dacht dat het een grapje was en zei zoiets van; 'Leuke coverstory, jongens...'
Maar het was ernst. Een gaskachel was defect geraakt. Toen ik terugkwam op 'De Ravenhorst' trof ik alleen nog verkoolde resten aan. Al m'n materiaal was vernietigd. Ik had erg veel zelf gemaakt: stencils, spelletjes, rekenmateriaal enzovoort.
Ik heb m'n Kerstvakantie benut om bij scholen in de buurt van alles en nog wat te lenen. De lessen moesten een paar maanden in de eetzaal gegeven worden, maar de kinderen hebben geen uur onderwijs hoeven missen tengevolge van de brand.'
'Mijn lesgroep was tegelijk een leefgroep: groep 'Rood'. Ik had in die tijd een goed contact de andere teamleden. Niet alleen op het werk, maar ook in de privé-sfeer gingen we vrij veel met elkaar om. Een paar jaar geleden heb ik nog een heleboel medewerkers uit die begintijd teruggezien op een reünie die we georganiseerd hebben ter gelegenheid van het afscheid van onze naaister Marietje Meyerink, die er 25 BJ-jaren op had zitten. We hebben destijds 'In de hoofdrol" van Mies Bouman nagespeeld. Ik was 'Mies". De oud-medewerkers waren van heinde en ver gekomen. Het was een prachtig weerzien.'
Terug naar 'toen: Weet je nog mooie verhalen uit die tijd?
Bert Boerrigter: 'We hadden dolle pret met elkaar. 's Avonds gingen we vaak 'spoken'. Elkaar bang maken dus. Ik herinner me nog dat Fons van Hooren en ik, groepsleidster Ans Oudenalder een keer de stuipen op het lijf gejaagd hebben. Ze had met ons zitten praten en vertrok naar de keuken om te strijken. Wij kropen heel snel door het raam naar buiten, liepen om en gingen daar weer door een raam naar binnen, zodat we eerder in de keuken waren als Ans. Ze kwam binnen in die stikdonkere keuken en toen ze haar hand uitstak om het licht aan te doen, voelde ze een kletsnatte, ijskoude hand de hare grijpen. Ik heb nog nooit iemand zo horen krijsen...
Een ander grapje werd ons ingegeven door het toeval. Op een nacht was een kip door een raam iemands slaapkamer binnengekomen en had de boel op stelten gezet. Dat bracht ons op het idee een geit bij een van de collega's naar binnen te duwen en de deur van buitenaf op slot te doen, zodat hij de hele nacht met die mekkerende geit zat opgescheept.'
Verdwaald
'De survivaltochten waren heel leuk. Collega Hans Perik trok die zaak met vele goede initiatieven. Op een keer ben ik met een groep jongens hopeloos verdwaald.
Dat ging zo. Hans en ik waren met de kinderen naar Oldenzaal gegaan. De opdracht luidde: rond de Paasberg trekken en elkaar weer ontmoeten. Op het station hadden we ons gesplitst. Hans vertrok met de ene helft van de groep naar links en ik met de andere naar rechts. Maar, je begrijpt het al, we liepen elkaar mis. Ik had nog weinig ervaring met survivals in die tijd. Onze groep bleef nog een tijdje ronddwalen en zoeken, maar het werd steeds donkerder en ten einde raad besloten een kamp op te slaan aan de Dinkel om te overnachten. We hadden net alles punctueel voor elkaar, toen een jachtopziener een wreed einde aan ons avontuur maakte. We moesten binnen tien minuten wegwezen, zei hij boos.
Tenslotte zijn we op een boerderij beland, waar we van de vriendelijke boeren in de stal tussen de koeiemest mochten overnachten. De volgende ochtend bracht de boerin ons een vorstelijk ontbijt. Prachtig als je bedenkt dat de bedoeling van een survivaltocht juist is je elke luxe te ontzeggen. We hebben haar later bedankt met een bos bloemen.'
Controle
Controle
Bert Boerrigter maakte achtereenvolgens als directeur mee: Johannes Hofman, Wouter van Loon, Cor Struik en (tot op de dag van vandaag) Plilip Visser.
Het verschil in het besturen van de organisatie tussen Hofman en Van Loon legt hij in een paar woorden aldus uit: 'Van Loon legde veel verantwoordelijkheid bij de mensen zelf. Hij vond dat je maar moest doen waarvoor je aangenomen was.
Bij Hofman was meer sprake van gecontroleerde verantwoordelijkheid. Hij gaf mensen wel een zekere ruimte, maar hield in wezen de touwtjes zelf toch behoorlijk strak in handen. Ik vond beiden prima en heb prettig samengewerkt.
Struik, die Van Loon opvolgde, kwam in een moeilijke periode binnen, maar hij bleek inderdaad de man die het internaat nodig had. Hij vatte de problemen bij de horens en loste ze op.
Ik het begin kon ik goed met hem opschieten. Toen kregen we een hooglopend conflict. In het kort komt het erop neer dat ik recht had op snipperdagen en hij weigerde me die te geven. Ik zocht het 'hogerop', in Rijswijk bij CRM en kreeg gelijk. We hebben er nooit meer over gepraat, maar het is altijd tussen ons blijven staan.'
Resumerend zegt Bert Boerrigter: 'M'n speel-leerklasje van toen is natuurlijk allang achterhaald. Op een gegeven moment ben ik doorgeschoven naar een groep oudere jongens. Daar had ik nogal wat bedenkingen tegen. Maar ten onrechte. Het bleek schitterend om met hen te werken. Ik ben blij dat ze me gepushed hebben.
BJ-Twente richt zich nu op meisjes en jongens van 12 tot en met 18 jaar. Een geheel andere situatie dus dan vroeger. Niet alleen de uitgangspunten zijn anders, de accommodatie en de mogelijkheden zijn meegegaan met de tijd.
De werksituatie is een geheel andere dan in de begintijd. Een compleet nieuwe baan?'




