'MET SINTERKLAAS MOCHTEN ZE AL HET SERVIESGOED STUKSMIJTEN'
DICK BULD
'Het Westen des lands heeft me nooit getrokken. Aan de andere kant van de IJssel hebben ze allemaal haast. Ik ben in het Oosten geboren en getogen en het bevalt me hier uitstekend,' zegt Dick Buld. Van '69 tot '79 was hij hoofd algemene dienst bij 'De Ravenhorst' en hij woont tot op de dag van vandaag nog in Losser. Dick Buld is thans hoofd personeelszaken bij de DCW -bedrijven in Enschede, divisie bouwen onderhoud. 'Op de een of andere manier kóm ik toch altijd weer in aanraking met 'De Ravenhorst'. Onlangs was dat het geval in mijn functie van lid van de gemeenteraad van Losser,' zegt hij en hij kijkt erbij alsof het hem plezier doet.
In zijn tien 'Ravenhorst-jaren' heeft Dick Buld twee directeuren meegemaakt: Hofman en Van Loon. Aan Hofman heeft hij zo zijn eigen herinneringen. 'Hij reed in een 'lelijke eend', waarvan de raampjes tijdens het rijden voortdurend open en dicht klapten. Hij reed bovendien ontzettend slecht, keek niet naar links of rechts, maar alleen recht vooruit.'
'Hij had steevast een sigaar in zijn mond,' weet hij verder. Die nam hij er nooit uit.
Het heeft vier maanden geduurd voor ik begreep wat hij zei. Ik knikte maar wat vaag. Aan zijn reactie merkte ik dan wel of ik er volkomen naast zat. In het algemeen: hij was een intelligente man, die zijn opvattingen graag getoetst wilde zien, maar wel als winnaar te voorschijn wilde komen.'
Periode 1969-1979
'Ik heb een wisselende tijd op 'De Ravenhorst' meegemaakt, vertelt Dick Buld verder. 'De eerste jaren ging alles prima. Daarna brak een vervelende periode aan.
In de 7O-er jaren heerste er zo'n sfeer van: 'alles moet kunnen, onderzoek maar raak, je loopt vanzelf wel tegen grenzen aan'. Het gevolg was dat met een grote nonchalance met dingen werd omgegaan. De groepsleiding dacht niet in economische termen. Die houding was een doorn in het oog van beheersmensen, zoals ik. Je kunt stellen dat de leiding van het internaat en het pedagogisch personeel op verschillende frequenties zaten.
Mijn visie is dat mensen van hun fouten moeten leren. Pas als ze die aan den lijve ondervinden, kan er iets positiefs uit groeien. In dat opzicht botste ik hevig met de heersende cultuur. Een voorbeeld. Aan de vooravond van de Avondvierdaagse kwam een administratief medewerker tot de ontdekking dat de sportleraar vergeten was verfrissingen tijdens de wandeling bij de kok te regelen. Hij stelde voor maatregelen te treffen, maar ik zei: 'Nee, ik wil dat de sportleraar het zelf merkt, alleen dan leert hij ervan.
Ik zorg heus wel dat ik in de buurt ben en dat iedereen op tijd te drinken krijgt. Die opstelling werd me reuze kwalijk genomen.'
Fietsen
'Ander voorbeeld. Het gebeurde regelmatig dat men op vrijdagmiddag om vier uur met een aantal kapotte fietsen bij de onderhoudsvakman aanklopte. Als deze dan tegensputterde en moeilijk keek, was het commentaar: 'Als je het niet doet kunnen wij in het weekend niet fietsen.'
Nou, dan maar niet, is mijn mening. Moet je er maar eerder aan denken. Als iedereen altijd maar andermans fouten blijft verdoezelen, leert niemand er iets van en blijft het altijd een onregelmatige bende.
Denk nu niet dat er grote eensgezindheid heerste. Integendeel, iedereen was bezig zijn eigen belangen te behartigen: de groepsleiding, de onderwijzers, de huishoudelijke dienst enzovoort. De polarisatie die was ontstaan, werd ónder Van Loon het meest manifest. Maar een wezenlijk dieptepunt in dit conflictueuze proces werd naar mijn mening bereikt toen alle volwassenen van 'De Ravenhorst' een week 'bij moesten praten' in een vormingscentrum, terwijl de kinderen naar huis gestuurd werden.
Van Loon was de eerste die zei: willen jullie meepraten, dan krijgen jullie ook de daarbij behorende verantwoordelijkheid. Daar deinsde menigeen voor terug.
Toen in 1979 een reorganisatie in de pen zat, waarbij de functie hoofd algemene dienst zou verdwijnen en het mezelf duidelijk werd dat ik tamelijk 'vastgelopen' was, pakte ik m'n biezen en verliet 'De Ravenhorst'.
Maar zoals ik al zei, de eerste jaren heb ik er met veel plezier gewerkt en ik denk er ook nog vaak aan terug. Zo herinner ik me nog levendig de Sinterklaasavonden in de Grote Zaal. Dat waren dolle avonden, met allerlei activiteiten. Op die avond, één keer per jaar, was het de kinderen gegund zo veel mogelijk serviesgoed stuk te smijten. En daar werd grif gebruik van gemaakt. Dat serviesgoed hadden we tevoren met de auto bij de Sphinx fabrieken in Maastricht gehaald. Het was afgekeurd porcelein.'
Zwiebertje
Tot slot vertelt Buld een anekdote die geschreven lijkt voor een aflevering van 'Swiebertje'.
'Op een middag hadden cultureel leidster Riekie Bartels en ik tegelijk vrij. We besloten te gaan vissen, vlakbij het landgoed 'Huize Singgrave', waar het riviertje de Dinkel via een duiker onder het kanaal doorstroomt. Omdat Riekie geen visvergunning had ging zij aan de Dinkel zitten en ik installeerde me aan het kanaal. Na een tijdje ging ik eens kijken hoe ze het maakte. Riekie lag heerlijk in het zonnetje te slapen en had haar hengel in de steek gelaten. Ik besloot haar goede voorbeeld te volgen en ging naast haar op de grond liggen.. Na enige tijd naderden voetstappen en werd ik ruw met een schoen gepord. Het was een boze (onbezoldigde) veldwachter die waarschuwde: 'U mag hier niet vissen.' Ik antwoordde: 'Maar dan doe ik ook niet, deze hengel is van de freule hier. De man keek naar Riekie en was niet onder de indruk. Hij pakte de hengel en gaf er een ruk aan. Het snoer schoot omhoog en verstrengelde zich in een boom. 'Dat zal de freule niet leuk vinden,' merkte ik zuinig op, terwijl ik met één oog naar Riekie keek, die zich slapende hield.
Op dat moment naderde een agent van de Rijkspolitie. De veldwachter snelde op hem af om zijn verhaal te doen. Ik haastte me om het mijne te doen en legde grote nadruk op het ongenoegen dat dit alles bij de freule zou opwekken, wanneer zij ontwaakt zou zijn. De Rijkspolitie-agent gebood de veldwachter het snoer uit de boom te halen. Hij hielp hem er zelfs nog een handje bij. Toen vertrokken ze.
Riekie en ik hebben nog jaren genoten om het succes van onze act.'




