'WE WAREN ÉÉN GROTE FAMILIE IN LOSSER'
JOHANNES HOFMAN
Als je uit de talloze statements, visies en opmerkingen over Johannes Hofman - gedaan tijdens de verschillende interviews ten behoeve van dit gedenkboek - een portret van hem zou moeten opbouwen, dan zou dat er ongeveer zo uit zien:
als persoon:
- een beminnelijk mens
- permanent een sigaar in zijn mond
- een grote behoefte aan vriendschap en gezelligheid;
als internaatsdirecteur:
- een duidelijke, maar ook zachtmoedige, tolerante leider
- krachtige persoonlijkheid, die niet schroomde ingrijpende beslissingen te nemen; zo was hij de eerste directeur die het 'vlaghijs - ritueel' afschafte
- iemand die zeer betrokken was bij het wel en wee van het personeel
- iemand die ALLES over had voor de kinderen.
Kortom: de 'periode Hofman', het tijdvak van maart 1962 tot mei 1976, is een stuk geschiedenis van 'De Ravenhorst', waarop deze directeur een waardevol stempel heeft gezet. Een stempel, waarvan iedereen die in genoemde periode met 'De Ravenhorst' te maken had, met gevoelens van waardering, persoonlijke ervaringen en anekdotes, kan getuigen.
Bij zijn vertrek kreeg hij een gedenkboek mee, waaraan velen in de vorm van foto's, tekeningen, verhalen en gedichten hun bijdrage hadden geleverd. Dit 'liber amicorum' (Latijn voor 'vriendenboek') vormt nog steeds een van de meest waardevolle bezittingen van huize Hofman.
Overigens houdt de BJ-carriere van Hofman allerminst op bij zijn vertrek in mei 1976 van 'De Ravenhorst'. Hij gaf nog tot 1987 in dezelfde functie leiding aan internaat 'Aekinga' te Appelscha, waar hij nog altijd met zijn echtgenote Anita woont.
Medio april is het zover: het interview met 'hekkesluiter' Johannes Hofman. Wegens omstandigheden laatste in de rij. Het 'compositieportret' lijkt op het eerste gezicht goed te kloppen: we treffen een vriendelijke, gezellige prater aan, vol verhalen over de inhoud van de functie die hij bekleed heeft, over zijn medewerkers en vooral over de kinderen.
Alleen de sigaar ontbreekt anno 1991...
Dienstweigeraar
We nemen een duik in het verleden, waarbij Johannes' echtgenote Anita regelmatig assisterend en corrigerend optreedt.
De eerste voetstappen van de zeer jeugdige, pas afgestudeerde onderwijzer Johannes Hofman bij BJ (destijds VBS: Vorming Buiten Schoolverband), dateren uit de tijd dat hij als dienstweigeraar werd geplaatst bij internaat Rovérestein. Zijn loon was net als voor dienstplichtigen gold - f.1,1O per dag. Daarna volgde overplaatsing naar het internaat te Dieverbrug, waar hij bleef hangen toen zijn vervangende diensttijd afgelopen was.
In 1962 verzocht de BJ-leiding Johannes om spoorslags 'De Ravenhorst' te komen versterken. Reden: directeur Teepe was overspannen geraakt.
Directeur Laus Teepe zou nooit meer in zijn functie terugkeren op 'De Ravenhorst'. In 1963 trouwde Johannes met Anita en zij kwam bij haar man op 'De Ravenhorst' wonen. Vanaf dat moment werd Johannes Hofman met terugwerkende kracht tot directeur benoemd. Hij was toen 26 jaar.
Wat trof Hofman in 1962 aan op 'De Ravenhorst'?'Wat ik me in de eerste plaats herinner was de kennismaking met Teepe. Hij zou me rondleiden. Teepe was op en top een natuurmens. Hij liet me alles zien: de bomen, de planten, de zandverstuiving... Toen hij me zou voorstellen aan een groep, was hij op. Hij kon niet meer.
Hij was zeer verknocht aan 'De Ravenhorst' en heeft nog lange tijd op het terrein gewoond, zelfs in de nieuwbouw-woning voor de directeur. Anita en ik hebben twee jaar in het gedeeltelijk onbewoonbaar verklaarde theehuis gewoond. We begrepen het maar al te goed...'
Kampthema's
Kampthema's
Hij vervolgt: 'Het internaatswerk was destijds opgezet vanuit de visie de kinderen via één groot spelprogramma allerlei opvoedkundige elementen bij te brengen. De directeur werd met 'captain' aangesproken, de groepsleider met 'stuurman'.
De kinderen verbleven destijds drie maanden op het internaat. Voor iedere groep werd een kampthema gekozen. Dat kon zijn een Ridderkamp of een Volkerenkamp, bijvoorbeeld Schotland, Frankrijk, Israël enzovoort. In het Olympisch jaar lag voor de hand dat het thema de Olympische Spelen was. De mogelijkheden waren onuitputtelijk.
Telkens na een periode van zes weken, werd een ouderdaggeorganiseerd. Dan konden de kinderen hun ouders 'tracteren' op wat ze allemaal geleerd hadden. Het drie-maands-internaat had het voordeel dat je steeds een vast patroon kon herhalen. Zo waren er altijd per kamp vier groepsdagen waarop de ene groep zichzelf aan de andere voorstelde. Er was een spelletjesdag, waarop vooral werd 'gekiend' en de zogenaamde KIM-spelletjes, die opgehangen waren aan de zintuigen, werden beoefend.
Het hele internaat, in al zijn aspecten, speelde op zo'n thema in. Je vond het thema terug in het onderwijs, in het leven in de groepen en in de vrije tijdsbesteding. Zelfs de kok, Bernard Rolink, iemand op wie ik bijzonder gesteld was, paste zijn eten aan. Als er een Israëlisch kamp was dan zorgde hij voor matzes en linzen...'
Creativiteit
'In die tijd lag de klemtoon bij het verblijf op het internaat op creativiteit en niet op onderwijs. Er kwamen wel eens klachten dat kinderen tijdens hun verblijf bij ons in dat opzicht wat achterop geraakt waren, maar daar heb ik me nooit veel van aan getrokken. De winst die de kinderen opdeden in de vorm van de grote persoonlijke beleving van het creatieve programma, achtte ik veel en veel belangrijker.
Welke aandacht creativiteit in die tijd had, blijkt wel uit het feit dat er een aparte creatieve leider en een handenarbeid leider waren.
Terugdenkend herinner ik me de enorme motivatie voor deze aanpak bij de medewerkers. Er waren veel begaafde mensen onder, die met veel talent in muziek, dans en zang invulling gaven aan de kampthema's. Er werden hele operettes opgevoerd.
De naaister verzorgde op voortreffelijke wijze alle kleding. Dat waren echt culturele hoogtepunten!
Met veel spijt heb ik dan ook moeten constateren dat de waardering voor creativiteit in de loop der jaren behoorlijk verloren is gegaan.'
Paternalistisch
'De opvattingen destijds over het internaatswerk waren heel anders dan nu. Autoritair? Nee, dat is niet de juiste term. Paternalistisch is beter. Bezorgd, vaderlijk...
De democratiseringsgolf heeft dat beeld doorbroken.
De leiding was strikt aan allerlei regéls en verplichtingen gebonden. Zo was er bijvoorbeeld de werkinspectie. Iedere zaterdagochtend hadden de kinderen anderhalf uur corvee. Dan moesten ze de groepsverblijven schoonmaken en hun kastjes opruimen. Vervolgens kwam de directeur persoonlijk de zaak inspecteren.'
Vlaghijsen
'Het vlaghijsen was ook zo'n verplichting. Mijns inziens overbodig. Ik ben dan ook de eerste BJ-directeur geweest die het heeft afgeschaft.'
Waarom?
'Ik vond het een ritueel dat opvoedkundig weinig of geen waarde had. Iedereen zal begrijpen dat ik als dienstweigeraar niet bepaald het milieu vertegenwoordigde waarin men zo gek was op de vlag... Maar algemeen directeur Schats was niet erg gelukkig met m'n standpunt, zo vernam ik.
Als directeur was je destijds zeer betrokken bij de kinderen. Je had een eindfunctie, die tevens een beetje een 'boeman-functie' was. Dat betekende: het voorbeeld stellen en soms straf uitdelen aan kinderen die zich niet aan de regels hielden of de beest uithingen. Eén van mijn theorieën was dat de straf die je uitdeelde, in overeenstemming moest zijn met de overtreding. Toch heb ik achteraf de indruk dat er toen eerder gestraft werd dan tegenwoordig.'
Hoe vonden de kinderen het op De Ravenhorst'?
Hofman: 'De meeste kinderen kwamen met het idee dat ze op vakantiekamp gingen. Zo werd dat destijds 'verkocht'. Maar de ouders en de internaats medewerkers wisten wel beter: het betrof altijd een situatie met -vaak gecombineerde - school- en opvoedingsmoeilijkheden. De tijdelijke rustperiode .van drie maanden moest een bepaalde ontspanning met hopelijk een blijvend karakter, opleveren.
Ik had sterk de indruk dat de meeste kinderen zich bij ons uitstekend vermaakten, en het jammer vonden dat ze weer moesten vertrekken.
Natuurlijk waren er ook uitzonderingen. Voor sommige kinderen was het verblijf op 'De Ravenhorst' vrij ingrijpend omdat zij vrij langdurig uit hun thuismilieu weggehaald werden.'
Afhankelijk
'We waren als het ware één grote familie. De medewerkers woonden, op een enkele uitzondering na, allemaal intern. We waren heel sterk van elkaar afhankelijk.
Over de groepsleiders van toen valt veel te vertellen. Zij waren niet, zoals nu het geval is, yoor dit vak opgeleid. De meesten kwamen zo van de MULO. Zij kregen een contract voor maximaal vijf jaar, dat opgesteld was in samenhang met de Sociale Academie. Na elk kamp gingen zij veertien dagen op cursus bij één van de Academies, die in Groningen, Enschede en Eindhoven gevestigd waren.
Bij aanvang van hun werkzaamheden kregen ze in Lochem een inleidende cursus van tien dagen en na een half jaar nog eens een herhalingscursus en dan werden ze geacht goed met kinderen 'te kunnen omgaan.
In die tijd bleven de groepsleiders gemiddeld ongeveer twee jaar. Zij mochten niet getrouwd zijn. Van een stabiele situatie op het internaat was dus geen sprake. Er was veel wisseling in de leidinggevende functies.'
Hoe beleefde de jonggetrouwde Anita haar verblijf op 'De Ravenhorst?'
'Ik had er behoorlijk tegenop gezien,' wil zij wel bekennen.
'In de loop der tijd kreeg ik op het internaat wel enkele goede individuele contacten, maar ik was toch' de vrouw van de directeur' en dat feit schiep een afstand.
Bovendien heb ik in mijn periode op 'De Ravenhorst' enkele malen te maken gehad met pleegkinderen en dat viel me niet mee. Ik vond het heel zwaar. Alleen was ik echter nooit. We hadden altijd wel bezoek van familie of studenten. Achter ons huis stond een stacaravan. Die was vrijwel permanent bezet met logees. Al snel kregen Johannes en ik zelfkinderen: een dochter en een zoon.'
Heel goed herinnert Anita Hofman zich ook nog de verjaardagen van haar man.
'Die hadden zo ongeveer de status van een Koninginnedag. Ik had emmers klaar staan voor alle bloemen die de kinderen plukten en kwamen brengen. 's Middags werd er dan altijd toneel gespeeld en er waren allerlei spelletjes voor de kinderen.'
Richtprijs
Johannes Hofman: 'Het was de kunst zoveel mogelijk 'feestdagen' te creëren. Dan was namelijk de richtprijs voor de voeding op f1.35 gesteld. Op 'normale' dagen was de richtprijs f.l.10. In andere internaten was de voedingsprijs de absolute top.
Voor mij was het meer dan een richtprijs. Ik probeerde er altijd een beetje boven te komen.
Overigens was het eten op 'De Ravenhorst' niet slecht. Rolink, die eigenlijk geen professionele kok was -hij was banketbakker -maar zich het koken had aangeleerd en die allerlei 'systeempjes' kende, kookte uitermate sober, maar wel degelijk.'
Anita: 'Ik denk nog wel eens terug aan de Sinterklaas-avonden op het internaat, waarvoor we altijd geld kregen van de VARA-speelgoedactie. Dan liet de groepsleiding pas zien tot welke creatieve hoogstandjes zij in staat was met allerlei eigengemaakte spelletjes.
Er waren hele inventieve dingen bij, zoals de 'stroomdraad-spelletjes' die je nu op de tv ziet. En zo herken ik wel meer dingen.' Lachend: 'Volgens mij hebben ze een hoop van ons gepikt!' De Sinterklaas-avonden hadden een kermisachtig karakter. Er was bijvoorbeeld ook een waarzegster.'
In het BJ-werk anno 1991 ligt de nadruk op terugkeer naar het onderwijs en toeleiding naar werk. Wat gaat er in u om wanneer u de huidige doelstellingen vergelijkt met die van destijds?

Hofman: 'Er is sprake van golfbewegingen. Nu bevinden we ons in de top van de beweging die predikt: 'Gij zult werken voor uw brood'. Twintig jaar geleden was de gedachte achter de golfbeweging dat we ons moesten voorbereiden op een vrije tijdsmaatschappij. Eén waarvoor mensen creatief uitgerust moesten zijn.
Ik heb al die verschillende ontwikkelingen meegemaakt. Allerlei verschuivingen in het werk zien optreden.. Van drie maands internaat naar jaar-internaat. Experimenten met kampen voor LOM-kinderen.
Het nieuwe management dat zijn intrede deed, legde veel meer de nadruk op zakelijke belangen dan op persoonlijke. Een goed voorbeeld daarvan vind ik nog altijd de komst van de ouderbijdrageregeling, waardoor ouders met de laagste inkomens relatief het zwaarst worden gepakt. Het werkelijke motief werd niet verteld: een drempel creëren. Ervoor zorgen dat de gang naar het internaat niet automatisch gezet kon worden. Men moest er veel voor over hebben.'
Zo hebben we ook de democratiseringsgolf gehad. Het principe was goed: we doen dingen met elkaar, dan moeten we ook samen een koers bepalen. Maar sommige dingen slaan door. Dit ook. Het hoeft van mij niet echt dat de kok over het beleid meedenkt, om maar iets te noemen. Op een gegeven moment werd een nieuw evenwicht gevonden. Toen ik wegging waren er goede, hanteerbare afspraken van kracht.'
Zwak voor kinderen
Er zijn bij BJ theorieën dat je elke vijf jaar van baan moet veranderen. De noodzaak daarvoor heb ik nooit ervaren. Ik zag mijn baan steeds veranderen.
Vroeger was een directeur veel directer betrokken bij het werk dan nu. Je stond veel dichter bij de jongeren. Ik heb nog wel zelf voor de klas gestaan...
Je kiest voor dit werk omdat je een zwak hebt voor kinderen die het in deze maatschappij moeilijk hebben.
Na 25 jaar kom je dan tot de ontdekking dat je alleen nog maar organisatorisch bezig bent. Dat je geen kind meer ziet...
Ik heb dat altijd enorm betreurd.'




