VAN DWARS 'WEGLOPERTJE' TOT SUCCESVOL ONDERNEMER
KEES STAAL
'Tien jaar geleden hadden ze me nog niet hoeven vragen of ik mee wilde werken aan een boek als dit. Dan had ik 'nee' gezegd. Ik heb jarenlang gevochten tegen mijn jeugdherinneringen. Alles weggedrukt. Ik wilde er met niemand over praten.
Maar de laatste jaren begonnen m'n kinderen vragen te stellen. Ze zagen foto's en wilden van alles weten. Dat was voor mij het keerpunt. Ik besloot me niet langer voor m'n verleden te schamen. Trouwens wat was er eigenlijk om beschaamd voor te moeten zijn? Dat realiseerde ik me toen pas. Iedereen heeft toch zijn eigen geschiedenis..?'

Aan het woord is Kees Staal (45). Anno 1991 een succesvol ondernemer. Ooit een - naar eigen zeggen -vervelend, dwars 'weglopertje', met wie geen land te bezeilen was. Ook 'De Zandbergen' kreeg daar in 1958 een portie van mee.
Vorig jaar bezocht Kees Staal met zijn vrouw 'De Ravenhorst' in Losser. Op zoek naar het verleden dat hij zolang verdrongen had. 'Het was eigenlijk allemaal erg vreemd voor me. De grote villa, die ik me herinnerde, stond er niet meer. Aan een medewerker, die ons zag rondscharrelen, vertelde ik dat ik een oud-bewoner was.
Hij vroeg toen m'n naam en adres en of ik eventueel mee wilde werken aan een herdenkingsboek. Ik zei: 'geen bezwaar', aldus Kees Staal.

We ontmoeten elkaar in een gebouw van Rijkswaterstaat, dat deels als Delta-EXPO is ingericht, op het voormalige werkeiland 'Neeltje Jans', vlak bij de waterkering van de Oosterschelde. 'Je kunt je niet vergissen. Er is niets anders. Het is 'in the middle of nowhere', had hij uitgelegd. Kees Staal gaf ter plekke op dat moment gedurende drie dagen in de week een anti-slipcursus aan een aantal medewerkers van Rijkswaterstaat. Zijn bedrijf 'Staal Auto Training B.V.', dat gevestigd is in zijn woonplaats Westdorpe (Zeeuws-VIaanderen), houdt zich bezig met bedrijfstrainingen die erop gericht zijn automobilisten een beter en veiliger rijgedrag bij te brengen. De cursus, die hij speciaal voor het bedrijfsleven ontwikkeld heeft, heet 'Bewust Veilig Autorijden".
Staal: 'De statistieken wijzen uit dat verkeersongelukken een van de hoofdoorzaken vormen van ziekteverzuim.' Hij richt zich dus voornamelijk tot bedrijven, maar ook de individuele automobilist kan bij SAT voor een vaardigheidstraining terecht.

Dertien lagere scholen
Kees Staal's jonge jaren leveren geen vrolijk verhaal op. Het is een aaneenrijging van verblijven in tehuizen en pleeggezinnen. In totaal bezocht hij dertien lagere scholen...
Hij werd in 1945 geboren in Groningen. Zijn moeder overleed toen hij 3 1/2 jaar was. Zijn vader trouwde opnieuw met een ambitieuze vrouw, een juriste, die er geen twijfel over liet bestaan hoe zij de aanwezigheid van Kees en z'n twee jaar oudere zusje zag: 'Ik ben met jullie vader getrouwd, niet met jullie...'.
Toen Kees zes jaar was verhuisde het gezin naar Lubeck in Duitsland, waar zijn vader mede-directeur van een scheepswerf werd. Kees ging er voor het eerst naar school en leerde uiteraard vloeiend Duits spreken. Toen hij tien jaar was keerden zij terug naar Nederland en gingen in Rotterdam wonen.
'Toen begon de ellende. Ik sprak haast geen Nederlands meer, alleen maar Duits. Dus ik werd vreselijk gepest. Het was de tijd van 'Mof, breng m'n fiets terug... Ik kon er niet tegen. Het maakte me agressief en ik vocht erop los. Als het moeilijk werd liep ik weg van school en van huis, daar was ik in Duitsland al mee begonnen.

Commando's
Als jongetje van tien jaar werd hij voor drie maanden naar 'De Zandbergen' gestuurd. Hij herinnert zich nog goed het militaristische karakter van het kamp. 'Alles ging op commando: opstaan, voor je bed staan, je bed rechttrekken, tanden poetsen, ochtendgymnastiek in het bos, dan pas in de rij voor het 'pinkelen en pankelen' (naar het toilet gaan. Red.), het vlag hijsen, eten, de lessen.. Vrije expressie ontaardde bij ons in vrije agressie. Tijdens dat vak kon je je lekker uitleven.
En verder: dennenappels verzamelen voor het fornuis, het verplichte schrijfuurtje voor brieven naar huis, enzovoort.
Je enige vrijheid was als de leiding sliep en gelukkig waren er een paar die zeer vast sliepen.

Langs de leuning
's Avonds laat gleed Kees, meestal in gezelschap van een kameraadje, uiterst voorzichtig langs de leuning -de trap kraakte te veel- in de villa 'De Zandbergen' naar beneden. Buiten lonkte de vrijheid, het avontuur.
Wat deed hij dan? Kees: 'Ach, niets bijzonders. Beslist geen criminele dingen. Dat heb ik trouwens nooit gedaan. Slechtere dingen dan wat fruit pikken, heb ik nooit uitgespookt. Nee, vaak stonden we ergens voor een raam naar binnen te kijken hoe andere mensen leefden. Daar kon ik geen genoeg van krijgen. Die warmte van een echt gezin, dat was volkomen vreemd voor me.
Een andere, onaangename herinnering komt boven. 'Ze hebben me eens twee dagen met een bord vis voor m'n neus laten zitten, omdat ik het verdomde dat op te eten. Ik eet trouwens nu nog geen vis. Op 't laatst stond de schimmel erop. Toen werd het eindelijk weggegooid.'
Fijne herinneringen heeft hij nog aan het klooster, vlak over de grens in Duitsland. 'Ik was er een regelmatige bezoeker en kreeg er koek en thee. Ze dachten dat ik gewoon een Duits jongetje was. Dat was wel weer een voordeel.'
Beslissend
Die drie maanden in 'De Zandbergen' zijn volgens Kees Staal beslissend geweest voor de rest van zijn jeugd en eigenlijk voor zijn verdere leven. 'Ik was nu helemaal niet meer te handhaven en verzette me tegen elke vorm van macht. Ik had in Losser ontdekt dat ik over de eigenschap beschik dat ik mensen kan beïnvloeden, zowel negatief als positief. Dát laatste pas ik nu toe in mijn werk, maar vroeger was het vooral dat eerste wat ik interessant vond. Ik kon mensen meeslepen.
Ik ben in Losser ook iemand geworden die zich niet aan personen hecht. Dat is tot op de dag van vandaag voor mezelf ook heel erg moeilijk.
M'n ouders wisten echt niet meer wat ze met me aan moesten. Later zijn ze uit de ouderlijke macht ontzegd. Ik kwam toen onder een Voogdijvereniging. Jarenlang ben ik van het ene tehuis naar het andere en van het ene pleeggezin naar het ander geplaatst. Ik had er m'n buik van vol. Op een Rotterdamse school heeft een leraar ooit m'n vinger gebroken door een tik met een liniaal, omdat ik linkshandig was.'
Ommekeer
Na de LTS bezocht Kees de school voor Scheepswerktuigkunde. In die periode bezocht zijn vader hem een keer. Drie dagen later kreeg Kees bericht van zijn dood. Dat maakte zo'n diepe indruk op hem dat hij acuut de school verliet en aan het zwerven sloeg. Uiteindelijk kwam op de Holland Amerika Lijn terecht, waar hij het erg naar zijn zin had, maar de militaire dienst riep hem naar Den Haag. Hij belandde op den duur -hoe kan het anders -in Nieuwersluis wegens 'verboden wapenbezit' en dat betekende het einde van z'n militaire 'loopbaan'.
Na de diensttijd belandde hij ook weer in verkeerde kringen in de Haagse 'Schilderswijk', maar opeens trad er een ommekeer in zijn denken op.
'Ik realiseerde me opeens dat ik met m'n twintig jaar een volwassen mens was en wilde niets meer met Voordij verenigingen enzovoort te maken hebben. Ik wilde helemaal verantwoordelijk voor mezelf zijn. Opnieuw beginnen.'
Hij kocht een krant en prikte: een baan in de horeca in Den Briel, met -voor het eerst van z'n leven -een eigen kamer. Hij arriveerde er 'met niets'. 'Ik was zo weggelopen. Wat ik aanhad was m'n enige bezit.'.
Carrière
Daarna ging het bergopwaarts met Kees Staal. Hij leerde zijn vrouw kennen, trouwde en zij kregen twee kinderen. Hij werkte 21 jaar bij DOW Chemical, waar hij carrière maakte. Van hieruit startte zijn belangstelling voor bedrijfsautotrainingen. In december ging hij er weg en begon voor zich zelf.
Afsluitend zegt hij: 'Nogmaals, door mijn kinderen ben ik weer aan m'n jeugd herinnerd. Ik ben naar Duitsland met ze geweest en heb ze de plek aangewezen waar ik gewoond heb en naar school ging. Ik vertel er nu vrijelijk over. Iedereen mag alles van me weten. Het kan me niets meer schelen. Alleen het heden telt.'




