'DAAR STOND HIJ EN VROEG DE WEG NAAR AMSTERDAM...'
DE 'NAOBERS' ELFERINK
'Toen Johannes Hofman en zijn vrouw Anita op het internaat kwamen, zei de buurman tegen me: 'Elferink, hou je kippen binnen, want er loopt een vos op 'De Zandbergen' rond.' Zij had rood haar zie je.'
'Naober' Elferink grinnikt nog bij de gedachte. Hij en z'n vrouw wonen al sinds 'mensenheugenis' naast het internaat en hebben veel lief en leed rond het huis en zijn bewoners, van dichtbij - soms zelfs aan den lijve - meebeleefd.
't Is stil geworden,' zegt mevrouw Elferink. Sinds 'De Ravenhorst' op 11 februari van dit jaar naar Enschede verhuisde, valt er op het naast de boerderij gelegen terrein niets meer te beleven. Wat ermee gebeurt? De gemeente schijnt het terrein te willen kopen, met als bestemming natuurgebied, weet de boerin te vertellen.
Van hun beiden heeft zij de oudste herinneringen. Ze vertelt: 'Mijn vader en moeder hebben vroeger al op deze boerderij gewoond. Ik ben in 1931 hier geboren. Ik herinner me nog goed uit mijn kindertijd dat 'De Zandbergen' een kindervakantieoord was. We speelden er graag, m'n broer, m'n zusje en ik. Er was veel speelgoed en je kreeg er hagelslag of bruine suiker op je brood! Dat kenden wij op de boerderij niet. Op een gegeven moment hebben wij wegens omstandigheden de boerderij verhuurd en zelf een aantal jaren elders gewoond. In 1954 keerden m'n man en ik hier weer terug. In die tijd was 'De Zandbergen' een internaat geworden, met Lans Teepe als directeur.'
Paard en wagen
'We gingen meteen heel plezierig met Teepe om,' vervolgt haar man. 'We mochten gebruik maken van de douches op het internaat. Een dergelijke luxe hadden wij op de boerderij niet. We kwamen er regelmatig op de koffie en hij was gul met sigaren. Als 'tegenprestatie' zorgde ik met m'n paard en wagen voor het vervoer van een nieuw aangekomen groep kinderen, van het dorp hierheen over het smalletje zandweggetje. Ander vervoer was er niet. De bagage werd op de wagen geladen en de kinderen liepen ernaast. In de wintermaanden stond Rolink, de kok, bij onze aankomst dan altijd met een grote pan erwtensoep gereed.
Ja, we hadden elkaar nodig in die tijd. We waren voor allerlei dingen vaak op elkaar aangewezen. In de loop der jaren is daarin is veel verandering gekomen. Alles is nu veel bereikbaarder. Het 'naoberschap' is nu veel minder sterk. Met die grotere bereikbaarheid is de afstand tussen de mensen groter geworden.
Cor Struik - dat moet ik zeggen - heeft in de tijd dat hij directeur was het 'naoberschap' weer aangehaald. Al meteen bij zijn komst moesten we kennis komen maken en een borrel drinken. Phlip Visser, de huidige directeur, is voortgegaan op die lijn. Ook hij betrok ons zo veel mogelijk bij diverse activiteiten.'

Achterzak
Terug naar Johannes Hofman. Wat kunt u zich nog meer herinneren?
Mevrouw Elferink: 'Als Anita en hij uitgingen en ze reden weg met die oude 'eend' van hem, dan moesten we altijd lachen. Het was net een echte eend, de ramen klapten open en dicht.
Hofman had typische gewoonten. Zo stopte hij altijd z'n geld los in z'n achterzak, omdat hij geen portemonnee had.
Op een dag kwam Anita helemaal opgewonden bij me langs. Ze had de vorige dag een kostuum van Johannes naar de stomerij gebracht. 's Avonds miste hij het toen hij het aan wilde trekken. Dat het gestoomd werd was niet zo erg, zei hij, maar wel dat hij een paar honderd gulden in zijn achterzak had laten zitten...
Anita heeft het geld teruggevonden. Maar ze moest er wel een enorme hoop goed in de stomerij voor doorspitten.'
Heeft u in al die jaren ook veel contact gehad met de kinderen?
'We hebben van alles meegemaakt met de kinderen', vertelt boer Elferink. Zo kwam er een keer een klein jongetje langs. Daar stond hij en vroeg de weg naar Amsterdam. Hij had alleen een tandenborstel, tandpasta, papier en potlood bij zich. We hebben hem maar snel teruggebracht naar het internaat.
Weglopen kwam vooral de eerste drie weken van een nieuwe groep veel voor. Soms vonden we er 's morgens één in het hooi.
Soms had ik medelijden met de kinderen. Je zag ze vaak huilen. Ze kwamen zo van de stad naar het bos. Ze moesten op het internaat drie keer per dag eten. Sommigen waren dat helemaal niet gewend. Iedere ochtend havermoutpap. Dat vonden ze nog het meest verschrikkelijk.
Op dinsdagmiddag zagen we de hele stoet voorbij trekken, want de kortste weg naar het zwembad liep langs onze boerderij. Dan zwaaiden ze.'
Toppop
'Af en toe stond er wel eens ineens zo'n jochie bij ons op het erf. Ik herinner me nog een jongen uit Rotterdam. Hij had twee moeders en drie vaders. Omdat hij alles af wist van Toppop en een heleboel liedjes kon nazingen, was hij reuze populair bij onze kinderen. Op den duur kwam hij altijd als hij vrij was hier.
Op een dag versprak hij zich: hij sliep wel eens niet op het internaat, maar in onze schuur in het hooi.
Toen hij het internaat verliet en afscheid kwam nemen, heb ik hem een schetsje van 'zijn' schuur, dat ik door iemand in het dorp had laten maken, als herinnering cadeau gegeven. Hij was er vreselijk blij mee en heeft nog jarenlang regelmatig opgebeld. Ook stond hij op een nacht opeens bij ons op de stoep. Hij was weggelopen uit Rotterdam. We hebben de volgende dag het internaat gewaarschuwd. De laatste jaren horen we niets meer van hem.'
Brand
Er zijn aangename, maar ook minder aangename herinneringen. Eén incident dat tot die laatste categorie behoort, is de brand op Tweede Kerstdag 1989, die, zoals later bleek, aangestoken was door een jongen van 'De Ravenhorst.'
Mevrouw Elferink: 'We moesten 's avonds op visite en waren daar net gearriveerd toen onze zoon opbelde met de boodschap dat de schuur in lichterlaaie stond. Wij snel terug. De brandweer was al gearriveerd en was druk bezig met blussen. Alle varkens en koeien liepen los buiten rond. Later zijn er helaas toch enkele aan longontsteking gestorven.
Een week later kwam Phlip Visser ons vertellen dat één van zijn jongens het gedaan had en bood zijn excuus aan. De schade is later keurig vergoed. Ze waren er heel toevallig achter gekomen doordat een groepsleider een opmerking die hij verdacht vond van deze jongen tegenover anderen had gehoord.'
Elferink: 'We nemen het 'De Ravenhorst' niet kwalijk. Zo zie je, al zorg je nog zo goed voor de kinderen, ze missen toch iets. Die jongen mocht natuurlijk om de een of andere reden niet naar huis met de Kerst. Niet welkom. Ouders misschien naar de wintersport en hij lekker opgeborgen op een goed adres. Dan krijg je dat ze hun gevoelens af moeten reageren. Maar het kan natuurlijk ook gewoon verveling geweest zijn.'
Klootschieten
Ziet het er naar uit dat u nog wel eens contact zult hebben met uw voormalige naobers' in Enschede? Boer Elferink: 'Zeker weten. We doen al jaren met de hele omgeving aan klootschieten. Dat gaat gewoon door. Onze volgende afspraak is al bepaald: 11 juni. Dan gaan we weer...'




