BERNARD ROLINK, DE KOK DIE EIGENLIJK BANKETBAKKER WAS.
EEN GESPREK MET MEVROUW ROLINK

De kok Bernard Rolink ± 1955'In al die 32 jaar dat hij bij 'De Ravenhorst' werkte, van 1946 tot 1978, heeft hij zich slechts één keer verslapen. Hij dacht toen dat het zondag was.'
 
Een terugblik samen met mevrouw Marietje Rolink (72), de vrouw van de welhaast 'legendarische' kok Bernard Rolink, die tien jaar geleden op 67-jarige leeftijd overleed. Twee jaar eerder was hij gestopt met werken. Rolink was wat de Engelsen noemen 'a character'. De andere verhalen in dit boek getuigen hiervan: zijn naam wordt talloze malen genoemd. De een vond hem streng, de ander humoristisch, weer anderen gebruikten zelfs de termen 'filosoof en 'genie'. Hij was in ieder geval iemand die bij anderen reacties opriep.
 
Het is al weer 34 jaar geleden dat het pas getrouwde echtpaar Rolink de eengezinswoning in de Klopperstraat in Losser betrok. Zij kregen vijf kinderen. De oudste zoon is in de voetsporen van zijn vader getreden: hij is banketbakker in Amsterdam. De tweede zoon, Herman Rolink, werkt bij BJ-Utrecht, aanvankelijk als hulpkok en nu als groepsleider.

Eetzaal Smitoord ongeveer 1930

De jeugdig ogende mevrouw Rolink is nog altijd het toppunt van energie. Ze trekt al 25 jaar iedere ochtend een uur lang baantjes in het Losserse zwembad. 's Zomers start ze in het prille ochtendgloren om 7 uur, maar in de donkere wintermaanden gunt ze zichzelf een half uurtje langer onder de wol. Verder heeft ze het druk met haar kinderen, acht kleinkinderen, breien, kegelen, kaarten en vele andere hobby's.
Wat herinnert mevrouw Rolink zich nog van 'De Zandbergen', later 'De Ravenhorst'?
'Wat me het meest is bijgebleven zijn de weken dat m'n man kampwacht had, de periode tussen twee kampen door dus. Dan gingen we er met het hele gezin naar toe. Dat was gewoon vakantie voor me. Vooral in de tijd dat de oude villa 'De Zandbergen' er nog stond, vond ik het er heerlijk. Die villa was mooi en ruim , maar tegelijk zeer intiem.'

Sokken stoppen

'Verder herinner ik me dat ik jarenlang sokken van de kinderen heb gestopt. Bernard kwam af en toe met een grote zak thuis. En knollen dat erin zaten! Zo heb ik op den duur zelf m'n wasmachine bij elkaar verdiend.
 
Bernard was een van de weinige medewerkers die extern woonde, vandaar dat ik niet bij het dagelijks gebeuren van het internaat betrokken was. Bovendien was hij geen groot verteller. Hij was nogal gesloten. Als hij thuis kwam zette hij z'n brommer achter het huis en liep rechtdoor naar zijn bijen. Hij was imker en had 23 bijenkasten. We hadden altijd volop honing. Toen hij overleed heeft de apotheker in het dorp alles overgenomen. Hij brengt me nog ieder jaar een emmertje honing.'

Havermoutpap

Bernard Rolink ging iedere morgen om zes uur de deur uit. Hij had haast want de kinderen moesten op tijd hun havermoutpap hebben. Zonder havermoutpap zou het niet goed met hen aflopen, zo geloofde de kok heilig. Zijn route naar het internaat voerde eerst langs de slager, waar hij een fikse portie vlees insloeg voor de ruim zestig hongerige magen die van zijn kookkunst afhankelijk waren. Bakker Stokman bezorgde iedere dag vers brood en groenteman Knipper kwam om de dag langs met zijn vitaminerijke groen-produkten. Tot zover een tijdbeeld, een collage samengesteld uit de herinneringen van mevrouw Rolink.

Was uw man een goede kok?

Mevrouw Rolink lacht geheimzinnig. Het 'uur van de waarheid' blijkt aangebroken. 'Hij was eigenlijk helemaal geen kok, maar banketbakker. Bernard had zeventien jaar in zijn geboorteplaats Erica, vlak bij Emmen, bij een banketbakker gewerkt. Het was altijd de bedoeling geweest dat hij de eigenaar zou opvolgen, maar toen puntje bij paaltje kwam ging dat niet door.
Het is, achteraf gezien, nèt of het zo moest zijn. We lazen in de krant dat 'De Zandbergen een kok zocht en op die vakature heeft Bernard gewoon gesolliciteerd. Ze hebben er nooit iets van gemerkt. Hij kookte voortreffelijk. Veel later heeft m'n man het eens terloops tegen directeur Teepe verteld. Die moest toen hartelijk lachen.'

Internaat de Zandbergen ongeveer 1948. De ingang

Ontzag

'Teepe was toch zo'n fijne man. Voor hem hadden de jongens echt ontzag. Dat is vandaag de dag heel anders. Kinderen weten niet meer wat het woord 'ontzag' betekent.

Toen onderwijzer Duyker naar het internaat in Hollandse Rading vertrok, vroeg hij Bernard met hem mee te gaan. Maar Teepe wilde hem niet laten gaan. 'Blijf alsjeblieft,' vroeg hij letterlijk. Ik had wel gewild. Utrecht en omgeving leek me heel wat aantrekkelijker voor de kinderen om op te groeien. Maar nee hoor, m'n man koos voor 'De Zandbergen' en daar hadden we ons maar bij neer te leggen.

Huis op de Heuvel ongeveer 1948. Voormalig cafe de Zandbergen

Ook Hofman was een zeer sympathieke man. Met hem en zijn vrouw Anita hebben we jarenlang één keer in de week gejokerd. Ik heb nog altijd contact met hen, evenals met Cor en Wil Boot, mevrouw Van der Wardt en Ini Lukien. We zien elkaar gemiddeld een keer per jaar.

Een paar jaar geleden is er in Lochem een grote BJ-reunie gehouden. Ik was op dat moment in Frankrijk met vakantie. Maar voor dat doel ben ik overgekomen met de trein. Het was de moeite waard. Geweldig zoveel oude bekenden als ik toen heb gezien.

Slaapzaal Zandbergen (grote) 1948

Had uw man een goed contact met de kinderen?
'Hij kon met iedereen goed opschieten, met volwassenen en kinderen. Maar - en daarom vonden sommigen hem misschien streng - hij was zeer consequent. Zijn nee was en bleef nee. Je hoefde het echt niet nog eens te proberen. M'n eigen kinderen weten daar alles van.
 
De kinderen van het internaat hielpen Bernard in de keuken met aardappelen pitten en broodsmeren. Maar behalve koken, zorgde mijn man ook voor de bloemen rond het huis. Dat was zijn hobby en ook daar assisteerden de kinderen hem bij. Ze genoten dan.
Het is meerdere malen gebeurd dat oud-bewonertjes van het internaat ons later thuis kwamen opzoeken. Soms huilden ze tranen met tuiten omdat ze weer terugwilden.'

Verblijfslokaal Internaat de Zandbergen 1948

'Bedrogen'

'Ik herinner me nog een grappig verhaal. Onder de medewerkers van het internaat was een vegetariër. Deze stond er onder meer op dat hij aparte, plantaardige boter kreeg. M'n man heeft hem jarenlang 'bedrogen'. Hij had één keer een pakje plantaardige boter gekocht en het papiertje bewaard. Daarin verpakte hij na die tijd gewone boter. De man heeft het nooit doorgehad en hij is er niet slechter van geworden.
 
Een van de specialiteiten van Bernard was een kolossale slagroomtaart, voor minstens dertig personen. Die bakte hij altijd voor familie en goede kennissen ter gelegenheid van een verjaardag. Gelukkig heeft hij mij die kunst ook geleerd en ik zet nu nog altijd zijn traditie voort. Eén van m'n dochters heeft me onlangs gevraagd om haar ook in te wijden. En zo zet de traditie zich dan voort.'