'IK HEB NOOIT BEGREPEN WAAROM ZE ME WEGSTUURDEN...'
ANONIEM

Spelen bij de zandafgraving 1968Alle brieven en kaarten die zijn ouders hem schreven -iedere dag, drie maanden lang -heeft hij bewaard. Onlangs, met dit gesprek in het vooruitzicht, heeft hij die dikke stapel tevoorschijn gehaald en alles nog eens doorgelezen.
Hij zegt: 'Ik heb nooit begrepen waarom. Waarom besloten m'n ouders me destijds drie maanden weg te sturen? Ik heb nu zelf een zoontje van zeven jaar. Hij is m'n evenbeeld, zegt men. Ook m'n ouders vinden dat. Maar ik kan me niet voorstellen dat wij, m'n vrouwen ik, hem weg zouden sturen... Hij hoort bij ons en wat er ook gebeurt, dat blijft zo.'
 
Hij was elf jaar toen zijn ouders hem in 1968 voor een periode van drie maanden naar 'De Ravenhorst' stuurden. Die ervaring heeft hij (tot op heden) nooit kunnen verwerken. Hij wil er wel over praten, maar vanuit de anonimiteit. Zijn verblijf in Losser is een goed bewaard geheim, een periode in zijn leven die er niet had behoren te zijn. De mensen die ervan af weten zijn op de vingers van één hand te tellen en dat blijft zo wat hem betreft.
 
Vorig jaar had hij opeens behoefte het 'kamp' terug te zien. Hij reed er met zijn vrouw heen, sprak met een medewerker van het centrum en zegde desgevraagd toe in de vorm van een interview mee te willen werken aan dit gedenkboek.
Zijn naam wil hij liever niet genoemd hebben.

Zenuwachtig

Opvoering'Ik was de hele ochtend zenuwachtig. Ik heb er behoorlijk tegenop gezien,' zegt hij als we rond het middaguur tegenover elkaar zitten in de kantine van het bedrijf waar hij als technische ontwerper werkzaam is.
'Mijn ouders hebben me uitgelegd dat ik destijds 'moeilijk opvoedbaar' was. Zij hadden -van wie weet ik niet -het advies gekregen om mij een poosje weg te sturen. Ze vonden het zelf ook allesbehalve een leuke situatie. Ik heb het ze dan ook nooit kwalijk genomen. Ik begreep het alleen niet en begrijp het nog niet.
 
Stoeipartij op bedAls ik terugdenk aan de omstandigheden die er destijds wellicht toe hebben bijgedragen dat een dergelijke situatie kon ontstaan, dan herinner ik me dat we enkele jaren tevoren -ik was toen zeven jaar oud -van de grote stad naar een klein dorpje zijn verhuisd. Ik vond het maar niks daar. Al snel kreeg ik een zusje. Dat was natuurlijk ook vreemd. Om de een of andere reden ging het op school en thuis opeens allemaal niet goed meer. Althans, dat vonden m'n ouders. Ze dachten dat het kamp de oplossing zou bieden.'
 
Wat kun je je nog van 'De Ravenhorst' herinneren?
 
'Er waren allerlei rangen en standen. Alles was gepland en ze waren de hele dag met je bezig. Je verveelde je geen moment. Ik herinner me nog een groepsleider en twee groepsleidster, meneer Collignon, juffrouw Van Weert en juffrouw Bartels. Dat waren hele goeie mensen. Het is een gave om zo met kinderen om te gaan als zij deden.'
 
Had je er vriendjes?
 
Zondags als de meeste kinderen naar de kerk waren, werd er door de achterblijvers gevoedbald. o.l.v. juffrouw Bartels 1968'Ik ben altijd erg gesloten geweest. Maar natuurlijk had ik er wel een paar kameraadjes. We gingen af en toe- onder leiding -een nachtwandeling maken. Dat was spannend.
Verder herinner ik me dat we zondags eieren gingen halen bij boer Elferink. Die kreeg je van de kok nooit. Hij gebruikte ze wel, maar deed ze altijd overal doorheen.
Ja, wat nog meer?
De televisie-avonden met 'Daktari' en 'Ja zuster, nee zuster.'
De snoepkraam, waar je al je zakgeld kon besteden en de toneelvoorstellingen die we opvoerden. Nogmaals, je was constant bezig. Maar ik was blij toen het erop zat.
Toen ik weer terug kon gaan naar huis. Ik heb geen behoefte gehad relaties te onderhouden. Het was voor mij een afgesloten hoofdstuk.'
 
Als je nu terugkijkt, heb je er dan misschien toch wat van 'overgehouden '?
 
Die vraag is heel moeilijk te beantwoorden voor me. Ik vraag me eigenlijk constant af hoe m'n leven verlopen zou zijn als het niet gebeurd was. Als ik gewoon bij m'n ouders thuis gebleven was. Ik heb ze in die periode vreselijk gemist. Ik was een kind en ik wilde gewoon thuis zijn, in die beschermde omgeving. Dat het 'mis met me ging' heb ik zelf nooit als zodanig beseft.'
Ik denk dan ook dat het niet nodig was dat ze me weg stuurden. Dat het niet goed Ivoor me is geweest. Alhoewel, één ding weet ik wel: m'n verblijf op 'De Ravenhorst' heeft er toe bijgedragen dat ik heel alert ben. En ook dat ik erg op m'n gevoel afga.
 
Ik kwam na die drie maanden keurig netjes en 'bijgestuurd' -vond men -thuis.
Natuurlijk moest ik ook weer naar school. Ik herinner me nog dat iedereen m'n vriendje en vriendinnetje wilde zijn. Ik was opeens heel populair. In die periode had ik natuurlijk in sommige opzichten achterstand in het onderwijs opgelopen. Dat kostte me een jaar.'
 
Hoe is het verder met je gegaan?
 
'Mijn verdere schooltijd is één grote lijdensweg geweest. Ik ging naar de MAVO, maar moest eraf omdat ik te speels was en 'de beest uithing'. M'n ouders hebben me verschillende keren laten testen. De LTS lukte wel, maar op de MTS hield ik het, om verschillende redenen, maar anderhalf jaar vol.
 
Toen had ik er opeens genoeg van. Heel spontaan kwam er een geweldige ommekeer bij me tot stand. Op een dag stapte ik doodkalm een fabriek binnen en vroeg om werk. Tot m'n verrassing kon ik meteen beginnen als constructiewerker. Na twee maanden vroeg ik om overplaatsing naar de tekenkamer, omdat ik veel interesse voor ontwerpen had gekregen. Sindsdien heb ik een behoorlijk aantal vakcursussen gevolgd om me in dat vak te bekwamen. Bij m'n huidige werkgever werk ik al ruim drie jaar en het bevalt me goed. Ik kan me uitstekend handhaven tussen de heren technici: de ingenieurs en de HTS-ers. Het is een baan waarbij ik vrij ben en dat is me veel waard.'

Onderuit gegaan

'Acht jaar geleden ben ik getrouwd met een vrouw die me treffend weet te doorgronden en we hebben twee kinderen, twee zonen: een van zeven jaar en een van zeven maanden.
Vaak sta ik stil bij wat ik heb. Ik heb -op die ene ervaring na -een hele zorgeloze, beschermde jeugd gehad. Ik ben, volgens maatschappelijke maatstaven, diverse keren onderuit gegaan. Als ik nu zie wat er dan toch na 34 jaar van me terecht is gekomen, dan ben ik best trots op mezelf. Met dit verleden had ik heel gemakkelijk kunnen afglijden. Nu sta ik midden in het leven. Ik moet het maken. Dat is toch prachtig!'